Luizenkam of netenkam

Luizenkam of netenkam, gemaakt van been of hoorn. Aan twee lange zijkanten zijn fijne inkepingen ingesneden om, wanneer door haren gehaald, zoveel mogelijk luizen en neten mee te kunnen verwijderen. Hoofdluis is een van de meest voorkomende probleem aan boord. De fijn getande kam wordt al sinds eeuwen hiervoor gebruikt en aan het ontwerp hiervan is weinig veranderd. Vondst uit VOC-scheepswrak ‘t Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE.

Dit object is opgedoken in 1991, met vondstnummer 91A0113 (onderdeel 1).

Locatie

B5C

Objectnaam

luizenkam

Datum

1991

Informatie

Breedte

8.5 cm

Hoogte

4.9 cm

Diepte

0.2 cm

Gewicht

10.7 gram

Materiaal

hoorn of been

Objectnummer

MMZ4884

Vondstnummer

91A0113

Locatie

B5C

Objectnaam

luizenkam

Datum

1991

Ontdek ook

Inktpot als houder van vloeibare inkt met een smal kokertje

Dit object bestaat uit een loden inktpothouder en een smal cilindervormig kokertje van lood, dat diende als houder voor de schrijfpen of -veer. De inktpot heeft een brede, ronde basis met daar bovenop een zeskantige, conische holle houder met een ronde opening voor een kleinere inktpot voor de vloeibare inkt. Om het omvallen tegen te gaan heeft een inktpot meestal een brede basis en een smalle hals. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE. Dit object is in 1984 opgedoken; met vondstnummer 0128 VIII 0002.

Bot van een dier

Voor de lange zeereis werden allerlei victualiën (levensmiddelen) meegenomen. De victualiemeester had het beheer hierover. Denk bijvoorbeeld aan zo'n 16.200 pond vlees, zoals rund-, schapen-, kalfsvlees en ham. Dit vlees was gepekeld of geconserveerd in zout. Er ging dikwijls ook levende have mee aan boord. De dieren werden later geslacht. De victualiën werden vooral in vaten onderin het ruim in de achtersteven van het schip opgeslagen. De kok en zijn koksmaat moest de gehele bemanning van voeding voorzien. Dat deden ze door onder meer het vlees en spek te koken en er geregeld nieuw water erover te gieten om de grote hoeveelheid zout weg te spoelen. De gewone bemanning kreeg tweemaal per week pekelvlees of eenmaal per week spek bij de warme maaltijden. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Dit object is in 1989 opgedoken; met vondstnummer 1297/89.

Tinnen lepel met ovale of eivormige bak, met initialen N V D M

Tinnen eetlepel, met ovale bak of schep, een dunne steel en met profilering dicht bij de bak. Het metaal wordt naar steeleinde platter en eindigt in een plat ovalen geronde punt met een kleine verdikking aan steeluiteinde. De initialen N V D M zijn hier in geslagen. De steel is aan de achterkant door een halfrond ‘lofje’ met bak verbonden en komt overeen met lepels vervaardigd in Engeland. Deze lepel is eigendom geweest van Nicolaas van der Meer, derde meester chirurgijn, afkomstig uit Middelburg. Van der Meer werkte samen met Gilles Ponse, de ondermeester chirurgijn aan boord het schip. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE. Dit object is in 1989 opgedoken met vondstnummer 1989.0395.