VOC Kamer van Zeeland

Tegenwoordig kent iedereen de VOC, of Verenigde Oost-Indische Compagnie. Om verre handelsreizen te kunnen organiseren en om de grote risico’s te delenbesluiten kooplieden samen te werken. In 1602 richten ze de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en in 1621 de West-Indische Compagnie (WIC) op. Deze ondernemingen worden beschouwd als de eerste multinationals ter wereld. Het gaat hier om de machtigste bedrijven uit de Nederlandse geschiedenis.

 

De VOC bestond in Nederland uit vijf zelfstandige afdelingen, ook wel Kamers genoemd. Samen bestuurden deze Kamers een enorm stelsel aan Aziatische koloniën en handelsposten. De VOC had tienduizenden werknemers, in Nederland, in Azië en op de schepen. Die schepen waren onmisbaar voor de Compagnie. Ze brachten allerlei kostbare handelswaar van Azië naar Europa. Zoals specerijen, textiel, porselein, thee, tabak, koffie, goud en zilver.

 

De Kamer Zeeland van de VOC was gevestigd in Middelburg, waar de Compagnie ook een grote scheepswerf had. Daar werden grote en kleine schepen gebouwd en gerepareerd. Van die werf is vandaag de dag weinig meer over, behalve het gebouw dat je hieronder ziet. Het is het huis van de zogenoemde equipagemeester, die verantwoordelijk was voor de scheepswerf. Het monogram van de Kamer Zeeland is nog te zien op de gevel. Achter het gebouw is nu een woonwijk, maar vroeger was het er een drukte van belang.

 

In zo’n twee eeuwen tijd heeft de VOC er meer dan 300 schepen gebouwd. Eén van die schepen was ‘t Vliegend Hert, waarvan de bouw in mei 1729 begon. Na bijna een jaar bouwen was het schip gereed. In 1735 was de VOC Kamer Zeeland een zeer grote speler in de Zeeuwse economie. De Kamer Zeeland was na de Kamer Amsterdam de grootste van de Republiek.