Cornelis van der Horst
Cornelis van der Horst werd op 21 september 1695 gedoopt in Hulst. Op 22-jarige leeftijd trouwde Cornelis als ‘varende man’ in Vlissingen met Pieternella Smoor(s) op 18 september 1717. Zij woonde op het moment van trouwen in het Lange Groenewoud in Vlissingen. Dat komt overeen met de gegevens van de kerk, waarin zij in 1710 met hetzelfde adres wordt genoemd.
Cornelis schreef zich na het huwelijk in bij dezelfde gereformeerde kerk in Vlissingen, ‘met attestatie [toestemming] van Hulst’. Hij vestigde zich dus in de havenstad en betrok een huurwoning aan de Sint-Jacobsstraat, net achter de Sint-Jacobskerk. In opdracht van de Kamer Zeeland werd hij in 1734 schipper van ’t Vliegend Hert, toen het voor de tweede maal naar Batavia vertrok.
Cornelis was aan boord de algeheel bevelhebber en verantwoordelijk voor de koers en het handelsgeld. Hiermee verdiende hij fl. 66.-, het hoogste salaris van het personeel aan boord. Pieternella had, terwijl Cornelis op zee voer, recht op een voorschot van in totaal fl. 300,- gedurende drie maanden per jaar.
Om schipper te kunnen worden van een VOC-schip had je een startkapitaal nodig van fl. 2500,-. Had Cornelis zich met geleend geld ingekocht? Vooralsnog blijft het gissen naar het antwoord. Zoals A.J. van der Horst scherp opmerkt, getuigt zijn huurwoning niet direct van een vermogend bestaan. Zeker is wel dat hij in 1729 voer als onderstuurman op de Rijgersbroek voor Kamer Amsterdam: “Cornelis van der Horst, Hulst, onder[…]”, waar hij waarschijnlijk zijn aanstelling op ’t Vliegend Hert aan te danken had (zie afbeelding hieronder).