Over de bronnen

Collecties 

De vondsten van ’t Vliegend Hert zijn verdeeld over drie collecties in Nederland. Het Maritiem Muzeeum Zeeland beheert het grootste deel van de collectie, gevolgd door het Rijksmuseum Amsterdam. Ook Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam heeft een kleiner deel onder zijn hoede, waaronder een bijzonder interessant object: het gietijzeren kanon. De collecties zijn (binnenkort) in deze portal integraal te bekijken en te bestuderen. Een deel van de collectie van het Maritiem Muzeeum Zeeland is nu al toegevoegd.

 

Martitiem Muzeeum Zeeland collectiepagina: (volgt binnenkort, al wel zichtbaar op CollectieZeeland) 

Rijksmuseum collectiepagina: https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie 

Het Scheepvaartmuseum collectiepaginahttps://collectie.hetscheepvaartmuseum.nl/search/intro 

 

Literatuur 

Hoewel ’t Vliegend Hert in de nationale geschiedenis nog relatief onbekend is, groeide sinds de herontdekking in 1977 de belangstelling onder historici en archeologen. De duikexpedities onder leiding van Rex Cowan enerzijds en de vondsten van de geld- en smokkelkisten anderzijds, maakten ’t Vliegend Hert tot een geliefd onderwerp voor auteurs, studenten en museale professionals. 

 

Duikrapporten 

Aanvankelijk werd in 1981 begonnen met de eerste maritiem-archeologische zoektocht naar objecten van ’t Vliegend Hert. Rex Cowan en The North Sea Archeological Expedition voerden dit onderzoek uit in samenwerking met het Rijksmuseum en het ministerie van financiën. Volgens de oorspronkelijke regeling werd de opbrengst verdeeld: …% voor Cowan en zijn team en …% voor de staat. Toen deze overeenkomst in 19.. werd herzien en Cowan aanspraak kreeg op 90% van de opbrengsten, werden kort daarna de geldkisten gevonden. Dat leidde tot veel kritiek en discussie. Het Rijksmuseum had zich op dat moment al teruggetrokken vanwege zorgen over de wetenschappelijke documentatie en borging van de vondsten. Hoe het ook zij: de rapporten van de expedities tussen 1981 en 2001, die alleen in de maanden juli en augustus konden plaatsvinden, geven ons uit de eerste hand informatie over het verloop van de duikexpedities, welke objecten wanneer zijn geborgen en waar zij zich in het wrak bevonden. Het debat over berging, eigendom en de wetenschappelijke waarde van ‘schatzoeken’ op VOC-wrakken duurt tot op de dag van vandaag voort. 

 

Archieven 

Misschien wel de belangrijkste bron naast de vondsten zijn de archieven. Doordat de VOC haar personeelsadministratie nauwkeurig bijhield, weten we wie er aan boord waren, welke functie zij hadden en wat er tijdens en na de ramp gebeurde. De archieven maakten het bovendien mogelijk om het leven van Cornelis van der HorstAbraham de JongeGijsbert de Vroe en Jan Dou(w) beter in kaart te brengen. Wanneer werden zij geboren? Met wie trouwden zij? Hadden zij kinderen? En waar woonden zij in Vlissingen of Middelburg? Juist deze persoonlijke verhalen brengen de opvarenden van ’t Vliegend Hert weer een beetje tot leven. 

 

Beeld & Geluid 

In 2026 werd het archief van Beeld & Geluid opengesteld voor het brede publiek. Dat is interessant, omdat er in de jaren ’80 en ’90 veel aandacht was voor ’t Vliegend Hert en de expedities op zee. De NTR maakte in 2002, in samenwerking met het Maritiem Muzeeum Zeeland, zelfs een documentaire over dit onderwerp voor de nationale televisie.