‘t Vliegend Hert
een maritiem-historische sensatie
Korte tijdlijn ‘t Vliegend Hert
Over dit project
Dit project is ontstaan uit een samenwerking tussen het Maritiem Muzeeum Zeeland, het Rijksmuseum en het Huygens Instituut. In 2026 is ook Het Scheepvaartmuseum aangesloten. Samen willen wij dat dat maritieme erfgoedinformatie beter wordt ontsloten op het internet. De enorme collectie van ’t Vliegend Hert is hier bij uitstek geschikt voor.
Digitale ontwikkelingen bieden steeds meer mogelijkheden. Door collectiedata als linked open data aan te bieden kan erfgoedinformatie beter worden verbonden. Zo ontstaan er nieuwe verhalen en kunnen we onderzoek stimuleren. Ook andere organisaties, zoals MAARER, het Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Maritime Archaeology Trust zijn betrokken bij het project. Het portal wordt voortdurend doorontwikkeld en uitgebreid.
't Vliegend Hert, 't Vliegend Hart, of…?
Voor het gemak wordt hier de naam ’t Vliegend Hert gebruikt. Maar er zijn meer namen voor het schip, zoals ’t Vliegent (of Vliegend) Hert. En in plaats van Hert wordt ook wel Hart gebruikt. Hart is Zeeuws, de a is een e. Vanwege de toegankelijkheid en vindbaarheid kiezen we in dit portal voor ‘t Vliegend Hert.
Wat weten we over de herkomst van de naam? Veel namen van VOC-schepen verwijzen naar gebouwen of mensen. In Vlissingen zou een pakhuis gestaan hebben dat de naam ‘t Vliegent (of Vliegend) Hart droeg. De eigenaar van dit pakhuis was Johan van Westerwijck. Hij vertrok op jonge leeftijd naar Oost-Indië, en keerde rond 1727 als vermogend man terug naar Zeeland.
Hij vestigde zich in Vlissingen, investeerde in handelsondernemingen en liet aan de Dokkade het Beeldenhuis bouwen, een indrukwekkend stadspaleis. Ook bekleedde hij bestuursfuncties in de stad. Zijn pakhuis zou dus de naamgever van het schip geweest kunnen zijn, maar helemaal zeker is dit niet.
Tweede reis, ramp en herontdekking
t Vliegend Hert was een schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). In februari 1735 vertrok het voor de tweede handelsreis naar Azië vanaf de rede van Rammekens bij Vlissingen. Het volgeladen schip had een bemanning van 256 personen. Maar al snel kwam het in zwaar weer terecht, samen met het zusterschip Anna Catharina. Mede door inschattingsfouten raakten de schepen verder in moeilijkheden. Uiteindelijk waren ze niet meer te redden en zonken naar de zeebodem. De gehele bemanning kwam om.
Kort na de scheepsramp vonden er bergingspogingen plaats. Maar al snel verdween het wrak onder het zand. En uit de herinnering. Pas veel later, in 1981 werd het weer ontdekt door een groep Engelse duikers. Zij zochten de samenwerking met enkele Nederlandse musea.
Er volgden er meer bergingsacties, vaak in moeilijke omstandigheden. Talloze objecten kwamen boven water: schatten zoals gouden dukaten en zilveren munten, maar ook veel gebruiksvoorwerpen van de bemanning. De collectie is uitzonderlijk compleet; het schip was nog maar net vertrokken. De geconserveerde objecten werden daarna opgenomen in de collecties van het Maritiem Muzeeum Zeeland, het Rijksmuseum en het Scheepvaartmuseum.
Selectie van de collectie
Jufferblok in 3D
Heft in 3D
Met dank aan
– Maritiem Muzeeum Zeeland
– Rijksmuseum
– Huygens Instituut
– Het Scheepvaartmuseum
– Netwerk Digitaal Erfgoed
– Netwerk Maritieme Bronnen/Maritiem Portal
– Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
– Zeeuws Archief
– Maritime Archaeology Trust
– CollectieZeeland
– MAARER: Verschillende media, site plans, illustraties en foto’s kunnen worden getoond dankzij de vriendelijke toestemming van MAARER, Rex Cowan en het ‘t Vliegend Hert project team uit het Verenigd Koninkrijk.
Kijk ook op de collectiepagina van MAARER/Please see also the MAARER Artifact Archive page: https://www.maarer.com/artefact-archive.html
Speciale dank aan Henriette Le Cointre, Gerhard de Kok en Ralph Zijlemans voor advies, onderzoek en teksten.
De ontwikkeling van het portal 't Vliegend Hert wordt mede mogelijk gemaakt bijdragen van de provincie Zeeland, de Samenwerkende Maritieme Fondsen en het Mondriaanfonds.