Abraham de Jonge werd geboren in Vlissingen als zoon van Johs [sic.] Louyesse de Jonge en Sara van Laren en gedoopt op 7 maart 1683 (zie hieronder, eerste afbeelding). Mogelijk had hij een tweelingzus die de naam van haar moeder kreeg. De monsterrollen van ’t Vliegend Hert noemen Abrahams vrouw Neeltje Jans als begunstigde voor zijn salaris. Zij kon gedurende drie maanden per jaar in totaal fl. 300,- ophalen bij de Kamer Zeeland terwijl Abraham op zee was, om in haar levensonderhoud te voorzien (zie hieronder, tweede afbeelding).
“Abraham de Jongh van Vlissingen Onderstuurman f 32.- aen sijn vrouw Neeltje Jans 3x fl. 300,- aan den selven 3 maanden jaer – [handtekening] Abraham de Jonge”
Abraham en Neeltje gingen in ondertrouw op 10 juni 1719. Abraham wordt daarbij aangeduid als ‘varende man’. Was hij misschien eerder met de VOC op zee geweest? Jazeker! Voor de Kamer Zeeland werkte hij van 5 juni 1731 tot 27 november als opperstuurman op de Brandenburg. Gezien zijn status en verantwoordelijkheid was ook dit zeker niet de eerste keer. Traditioneel werd ook het ouderlijk adres van de bruid vermeld: De Lange Noordstraat. Deze straat is grotendeels verwoest in de Tweede Wereldoorlog, maar was in de achttiende eeuw een bekende straat in Vlissingen. De huidige Noordstraat herinnert daar nog aan als restant.
Het echtpaar kreeg vier kinderen: Pieter (1721), Jacobus (1725), Leys (1732) en Abraham jr. (1734). Uit belastinggegevens blijkt dat het gezin in 1728 in de Koestraat 47 in Vlissingen woonde. Een aantal maanden na de geboorte van hun vierde zoon komt Abraham dus om bij de scheepsramp van ’t Vliegend Hert. Hij werd 52 jaar oud.