Azië en de retourhandel
De VOC kreeg het Nederlandse monopolie op alle handel in de Aziatische wateren oostelijk van Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika. In naam van de Republiek mocht de compagnie verdragen sluiten, oorlogen voeren en veroverde gebieden besturen. Vanuit heel Europa trokken jonge mannen naar de Republiek om zich in te schepen bij de compagnie.
Een groot deel van hen zag Europa niet meer terug. Ze stierven aan ziektes die tijdens de lange reizen aan boord uitbraken. Een VOC-schip was eigenlijk een soort overvol dorp; 200 tot 300 mannen en jongens bevolkten een houten schip van zo’n veertig meter lang. De reis naar Azië duurde en halfjaar of langer.
De schepen van de VOC maakten in totaal meer dan 4.700 reizen naar Azië. Op die uitreizen werd ongeveer een miljoen euro vervoerd. In Nederland waren veilingen waar men de Aziatische producten verhandelde, zoals peper, nootmuskaat, thee en koffie.
In totaal zijn er ongeveer 543 VOC-schepen onderweg gezonken. ‘t Vliegend Hert is er daar een van.
Schilderij Vlootschouw op de Rede van Rammekens bij Vlissingen, anoniem, ca. 1645-1650, collectie KZGW, te zien in het Maritiem Muzeeum Zeeland