Kolonialisme en Ongemakkelijk erfgoed
De VOC ontwikkelde zich tot een gevreesde macht en oorlogsmachine. De compagnie bouwde forten in onder meer het huidige Zuid-Afrika, India, Sri Lanka en Makassar. Van daaruit dreef ze handel en verdedigde ze haar handelsgebieden. Er werd veel geweld gebruikt bij het vestigen van het monopolie in de handel. De lokale bevolking werd daarbij uitgebuit en vaak wreed onderdrukt. Gewelddadige militaire veroveringen waren aan de orde van de dag. Daarnaast nam de VOC op grootschalige wijze deel aan de slavenhandel.
Een berucht voorbeeld van koloniaal geweld zijn de acties van Jan Pieterszoon Coen. Hij was de vierde gouverneur-generaal van de VOC. Als de inwoners van de Banda-eilanden zich in 1621 verzetten tegen de dwang van de VOC, liet hij bijna de gehele bevolking uitmoorden en de overlevenden tot slaaf maken. Van de 15.000 Bandanezen bleven er nog geen duizend op een van de eilanden achter.
De laatste decennia is er steeds meer aandacht voor de rol van geweld en uitbuiting in onze koloniale geschiedenis. Door te ‘dekoloniseren’ proberen we vooroordelen die zijn ontstaan in de koloniale geschiedenis te corrigeren. Musea kijken daarbij kritisch naar hun koloniale collecties. Daarvoor is de term ‘Ongemakkelijk erfgoed’ bedacht. Dit erfgoed laat sporen zien in onze collecties van het koloniale verleden en de slavenhandel. We willen verschillende stemmen en verhalen laten horen, zodat dit erfgoed meer betekenis krijgt. Zo wordt onze gedeelde geschiedenis begrijpelijker en herkenbaar voor meer mensen. Daarvoor is extra onderzoek nodig, aanpassen van teksten en een kritische blik op hoe we dit erfgoed laten zien in onze tentoonstellingen.
Voorbeeld van ‘Ongemakkelijk erfgoed’, uit de collectie van het Maritiem Muzeeum Zeeland. Een kris, afkomstig is uit Azië. Hoe is dit object in de collectie van het muZEEum terechtgekomen? Meer onderzoek hiernaar is nodig, maar vaak blijken gegevens incompleet of moeilijk te achterhalen.