Scheerbekken, ondiepe kom

Scheerbekken, ook bekend als barbiersbord. Dit is een ondiepe kom met een halfronde opening in de rand, waarin de hals past. Het heeft een rond ophangoog of -ring en een eenvoudige randversiering. De vorm is rond en het is vervaardigd van geelkoper (legering van koper en zink) of messing. Dit scheerbekken werd door de chirurgijn/barbier aan boord gebruikt voor zijn verschillende taken. Vondst uit scheepswrak ‘t Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE. Te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Bepakken en bemannen.

Dit object is in 1990 opgedoken; met vondstnummer 90A2754.

Objectnaam

scheerbekken

Vondstjaar

23 July 1990

Informatie

Objectnummer

MMZ4870

Objectnaam

scheerbekken

Vondst

Vondstnummer

90A2754

Vindplaatscode

W3A

Vondstjaar

23 July 1990

Specificaties

Hoogte

7 cm

Diameter

29 cm

Gewicht

450 gram

Materiaal

geelkoper/messing

Ontdek ook

Kleine olielamp met tuit

Klein, rond, messing olielampje met tuit en pit voor de verlichting. Het lampje heeft een stopper en ring aan de bovenkant. Een deel van het ketting waarmee de stopper aan het lamp werd bevestigd is ook zichtbaar. Het voetstuk is van roodkoper en mogelijk later toegevoegd. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Dit object is in 2000 opgedoken; met vondstnummer 2000 A0508.

Vaatje met een losse stop of prop, inhoud ongeveer 35 liter

Klein vaatje van hout met een losse stop of prop. Het vaatje is opgebouwd uit losse onderdelen en bestaat uit veertien duigen, waarvan er drie nieuw zijn. Ook aan de bodem en deksel zijn twee afzonderlijke nieuwe stukken hout toegevoegd. De kleine losse stop of prop is echt. Dat geldt ook voor de duig met het gat waarin de stop past. De inhoudsmaat is ongeveer 35 liter. Bij een wijnvat was deze inhoudsmaat bekend als de 'anker’. Dit stond gelijk aan 45 flessen. Vaten werden gebruikt als opslagmateriaal voor onder andere kruit en levensmiddelen zoals water, vlees, bier, gort en erwten. Aan boord van ’t Vliegend Hert werkten een opperkuiper, Jacobus de Grift, en een onderkuiper, Daniel de Volder. Beiden waren vatenmakers afkomstig uit Middelburg en hoorden bij de ambachtslieden aan boord. Zij zorgden voor het onderhoud van de vaten. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Bepakken en bemannen. Dit object is in 1993 opgedoken; met vondstnummer 93A0093 (onderdeel 18).

Tinnen lepel met ovale of eivormige bak, met initialen N V D M

Tinnen eetlepel, met ovale bak of schep, een dunne steel en met profilering dicht bij de bak. Het metaal wordt naar steeleinde platter en eindigt in een plat ovalen geronde punt met een kleine verdikking aan steeluiteinde. De initialen N V D M zijn hier in geslagen. De steel is aan de achterkant door een halfrond ‘lofje’ met bak verbonden en komt overeen met lepels vervaardigd in Engeland. Deze lepel is eigendom geweest van Nicolaas van der Meer, derde meester chirurgijn, afkomstig uit Middelburg. Van der Meer werkte samen met Gilles Ponse, de ondermeester chirurgijn aan boord het schip. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE. Dit object is in 1989 opgedoken met vondstnummer 1989.0395.