Dobbelsteen, onvoltooid

Onvoltooide dobbelsteen, alleen het nummer zes is in kleine putjes zichtbaar. Het is waarschijnlijk van been gemaakt. De vorm is (niet helemaal) vierkantig. Dit object was een onderdeel van een concretie (gesteenten/mineralen, ontstaan door neerslag van stoffen in het zeewater). Hierin zijn de volgende objecten gevonden: stuivers, knopen met afbeelding, zeer kleine U-vormige klemmen(-tjes) en twee spelden van koper. Vondst uit VOC-scheepswrak ‘t Vliegend Hert, gezonken in 1735. Collectie RCE. Te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Bepakken en bemannen.

Dobbelen was streng verboden aan boord, maar het kwam wel voor. In deze kleine dobbelsteen is dus alleen de zes gekerfd. Waarom is de maker niet verder gegaan? Of is de dobbelsteen onderdeel van een sieraad?

Dit object is in 1991 opgedoken; met vondstnummer 91A0139.2.

Vondstjaar

1991

Informatie

Objectnummer

MMZ4889

Vondst

Vondstnummer

91A0139

Vindplaatscode

B5C

Vondstjaar

1991

Specificaties

Breedte

1.06 cm

Hoogte

1.09 cm

Diepte

1.104 cm

Gewicht

2.2 gram

Materiaal

been

Ontdek ook

Grote gesp voor een schouderbandelier

Grote gesp, gemaakt van een koperlegering. De gesp werd gebruikt voor een schouderbandelier, een brede draagriem of band over de schouder en borst. Bijvoorbeeld om een sabel of degen in te dragen. Het binnendeel is open en is verdeeld in twee delen, met in het midden de gespsluiter. Ter decoratie is een vrouwenkop op de bovenrand gemaakt. Aan de zij- en onderkant zijn onder andere bladeren, krulmotieven en de Sint Jacobsschelp te zien. De Sint Jacobsschelp staat in de christelijke symboliek voor wedergeboorte. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Bepakken en bemannen. Dit object is in 1984 opgedoken; met vondstnummer 79. VII.

Bot van een dier

Voor de lange zeereis werden allerlei victualiën (levensmiddelen) meegenomen. De victualiemeester had het beheer hierover. Denk bijvoorbeeld aan zo'n 16.200 pond vlees, zoals rund-, schapen-, kalfsvlees en ham. Dit vlees was gepekeld of geconserveerd in zout. Er ging dikwijls ook levende have mee aan boord. De dieren werden later geslacht. De victualiën werden vooral in vaten onderin het ruim in de achtersteven van het schip opgeslagen. De kok en zijn koksmaat moest de gehele bemanning van voeding voorzien. Dat deden ze door onder meer het vlees en spek te koken en er geregeld nieuw water erover te gieten om de grote hoeveelheid zout weg te spoelen. De gewone bemanning kreeg tweemaal per week pekelvlees of eenmaal per week spek bij de warme maaltijden. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Dit object is in 1989 opgedoken; met vondstnummer 1297/89.

Vioolblok, groot

Vioolblok. Dit object maakte onderdeel uit van de tuigage van een schip en heeft dus niets met een viool te maken. Het heeft twee boven elkaar liggende blokhuizen, waarvan het bovenste groter is dan het onderste. In het bovenste huis zit een grotere schijf dan in het onderste. Het blok is gemaakt uit grenenhout en de twee (draai)schijven uit pokhout. Het heeft gleuven voor touw. Een dergelijk blok werd gebruikt voor een takel van verschillende touwen. Vondst uit VOC-scheepswrak 't Vliegend Hert, gezonken in 1735. Te zien in de vaste presentatie Ga mee naar zee, ruimte Prelude. Dit object is in 2001 opgedoken; met vondstnummer 2001 A0791.